Een gesprek met Marjolein Vleugel over Acceptance en Commitment Therapy
Hoeveel cliënten heb je al horen zeggen: “Als ik dit kan veranderen, dan ben ik oké”? Als coach herken je het waarschijnlijk direct: die zoektocht naar het perfecte zelfbeeld, vrij van stress, angst of onzekerheid. We fixen, optimaliseren en verbeteren. Maar wat als het uitgangspunt anders zou zijn en als je cliënt nu al oké is?
ACT – Acceptance and Commitment Therapy – kijkt op een fundamenteel andere manier naar mensen en hun gedrag. Een manier die steeds vaker zijn weg vindt naar de wereld van coaching en begeleiding. We spraken met Marjolein Vleugel, GZ-psycholoog, ACT-therapeut en opleider bij Expertise Centrum ACT, over deze benadering die niet draait om oplossen, maar om accepteren en doen.

Wat is ACT eigenlijk?
ACT – uit te spreken als het Engelse woord ‘act’ - staat voor Acceptance and Commitment Therapy. Het is een ervaringsgerichte gedragstherapie waarbij ‘doen’ centraal staat, al is dat doen veel meer dan alleen fysiek bewegen. Het bijzondere aan ACT is de manier waarop we naar gedrag kijken. In plaats van te denken 'daar moet je vanaf', neemt ACT een ander perspectief: gedrag is een logisch antwoord op de omgeving waarin iemand zich bevindt. Wat iemand doet, doet diegene niet voor niets. Dat is het fundamentele uitgangspunt waar alles op voortbouwt.
De betekenis van de letters
- A staat voor Acceptance. Je accepteert waar je bent en erkent volledig waarom je bent waar je bent. Dat betekent niet dat je er blij mee hoeft te zijn, maar wel erkent dat het zo is.
- C staat voor Commitment. Dit gaat over de bereidheid om aan te gaan waar je mee geconfronteerd wordt. Denk aan iemand die hoort dat hij ernstig ziek is. Wat gebeurt er vaak? Alle energie gaat zitten in het niet willen hebben van die ziekte, waardoor alle andere dingen in het leven op de achtergrond raken. De uitdaging is om te leren leven met wat er is, in plaats van alle energie te steken in het wegduwen ervan.
Het hier en nu is het enige wat we echt zeker weten, en dat is een belangrijk ankerpunt in gesprekken met cliënten. Vanuit dat besef kan er veel rust ontstaan. De kunst is om aanwezig te zijn in het moment, zonder voortdurend bezig te zijn met wat je allemaal zou moeten doen. Een belangrijk aspect in ACT is dat je leert dat gedachten een samenkomst zijn van woorden en taal, maar lang niet altijd de waarheid. Wanneer je jezelf vertelt dat je nog van alles moet doen, voelt dat totaal niet ontspannend. De uitnodiging is om even te stoppen en stil te staan: waar ben je bereid om je tijd aan te besteden?
Waarom is ACT nu zo relevant?
We leven in een tijd waarin we de luxe hebben om stil te staan bij ons psychisch welzijn. Onze primaire behoeften zijn voor de meeste mensen vervuld, waardoor er ruimte is om naar ons innerlijk leven te kijken. Maar volgens Marjolein leidt dat ook tot een interessante ontwikkeling: we zijn naar ons psychisch welzijn gaan kijken alsof het iets is dat gefixt moet worden. Vind je het spannend om te presenteren? Volg een cursus. Ben je niet goed in social media? Ook daarvoor is een cursus. Voel je je somber? Dan zijn er medicatie, running therapy of cognitieve gedragstherapie om dat op te lossen.
Er is op zich niks mis met al die programma's en interventies, maar het gaat om de gedachte erachter. Er ontstaat namelijk een koppeling: jij bent niet oké, en daarom ga je die therapie of coaching volgen om wél oké te worden. We creëren een zelfbeeld waarin we alleen oké zijn wanneer we nergens last van hebben. Je bent bijna gek als je daar niet aan gaat werken, lijkt de boodschap. Het probleem is niet zozeer het willen leren van vaardigheden, maar wel de onderliggende overtuiging dat je pas waardevol bent als je al je problemen hebt opgelost.
Bij ACT is het vertrekpunt anders: je bent nu al oké. En sterker nog, je doet wat je doet niet voor niets. Er is altijd een logica in gedrag, ook al is die niet meteen zichtbaar.
Het belangrijkste verschil met andere vormen van coaching
Het grote verschil tussen ACT en veel andere benaderingen is dat iemand al heel is. Er hoeft dus niets gefixt te worden. Technisch gezien werkt ACT vanuit een andere wetenschapsfilosofie, namelijk het contextualisme. Dat betekent dat je niet naar gedrag kijkt als iets losstaands. Iemand heeft angstklachten? Dan gaat het niet alleen om die angst op zich. Het gaat om wat diegene doet in relatie tot die angst – wat die persoon denkt, voelt en doet – maar ook om wat diegene al eerder heeft meegemaakt. En het gaat over de interactie tussen iemand en zijn of haar directe omgeving. Al deze elementen spelen continu op elkaar in.
Veel mensen komen met de vraag: ik wil leren nee zeggen, want ik raak overspoeld. Waar veel coachingsbenaderingen zich focussen op het aanleren van de vaardigheid zelf – hoe zeg je op een goede manier nee, welke woorden gebruik je – kijkt ACT naar de context waarin het 'ja' zeggen plaatsvindt. Waarom zeg je in bepaalde situaties geen nee? Als een collega iets aan jou vraagt, heb je onmiddellijk gedachten en gevoelens. Misschien denk je: oh jee, als ik dat niet doe, vindt hij me een minder goede medewerker, dus laat ik maar ja zeggen. Het gaat dus niet alleen om de techniek van nee zeggen, maar om het hele web van gedachten, emoties, verwachtingen en eerdere ervaringen waarin dat gedrag is ingebed.
Gedrag is altijd gedrag in context. Dat is anders dan in veel andere therapieën, waar we er wel vanuit gaan dat dingen met elkaar samenhangen, maar dan meer lineair: A leidt tot B leidt tot C. ACT ziet het als een continu bewegend interactief veld waarin alles voortdurend invloed op elkaar heeft.
Wat vraagt ACT van jou als coach?
Werken met ACT vraagt een andere blik. In plaats van te kijken naar de klacht en hoe die op te lossen, stel je andere vragen: wat is precies het probleem? En waarom is dit een probleem voor deze persoon? Het uitgangspunt is dat iemand in essentie helemaal oké is. Het lastigste van deze benadering is het loskoppelen: je leert ervaren dat iemand helemaal oké is én van alles mag leren. Die twee gaan samen.
Als coach laat je mensen zien dat ze hun klachten koppelen aan hun zelfbeeld, wat een andere houding vraagt dan de 'fix-it' mentaliteit waar veel coaches mee zijn opgeleid. Het vraagt compassie – met jezelf en vanuit daar met de ander. Niet compassie in de zin van willen fixen, maar in het besef dat je niet volledig verantwoordelijk bent voor het welzijn van je cliënt. Je kunt invloed uitoefenen op waar de ander mee geconfronteerd wordt. Je kunt jezelf zijn, met die ander, met alle kennis die je hebt als coach. Dat geeft rust en een relaxte manier van werken. En die rust, die voelt de cliënt ook.